Rob en Anja Mertens: “Je moet een zogenaamde ‘glas-tik’ hebben”

Rob en Anja Mertens: “Je moet een zogenaamde ‘glas-tik’ hebben”

In het prachtige Berkel en Rodenrijs gingen we op bezoek bij Anja en Rob Mertens en hun bedrijf Mertens Glas in Lood. We zetten één stap in hun atelier en merkten het meteen: hier werken mensen met een echte passie voor het glazenier vak. Onder het genot van een kopje koffie, en terwijl Anja en Rob gepassioneerd doorgingen met hun werkzaamheden, vroegen we ze het hemd van het lijf. 

Vertel eens, hoe zijn jullie in het glazenier vak terecht gekomen?

Rob:  Ik heb 16 à 17 jaar voor een baas gewerkt als productieplanner in de automatisering. Hobbymatig was ik ondertussen al wel bezig met glas in lood. Toen kochten we deze woning en daar wilden we glas in lood  bovenlichten in hebben. Dat wilde ik zelf gaan doen, ik heb toen wat cursussen gevolgd en ook al wat betaald werk gedaan. Misschien was het een voorgevoel, maar vlak daarna kwam ik door een reorganisatie op straat te staan. Toen stond ik voor de keuze: ga ik weer een werkgever zoeken of de gok wagen en voor mezelf beginnen? Ik koos voor dat laatste en dat is een goede keuze geweest. Onze tafel is sindsdien eigenlijk nooit leeg geweest. We zijn eigenlijk al vanaf het begin met z’n 2en aan het werk, dat is zo gegroeid. We hadden gelukkig deze ruimte in onze woning. Die hebben we iets aangepast, maar dat was geen grote investering gelukkig. Het was voor ons makkelijk instappen.

Hoe zijn jullie gefascineerd geraakt door het vak? 

Anja: Dat is begonnen toen we ons huidige huis kochten en Rob graag  de bovenlichten in glas in lood wilde hebben. Dit wilde hij zelf doen gaf hij toen aan, dus toen hij jarig was heb ik hem een cursus glas-in-lood gegeven. Hij was hier meteen enthousiast over en wilde ook graag dat ik meeging. Ik heb altijd al een ‘glas-tik’ gehad, dus dat aanbod nam ik graag aan. Toen zijn we samen begonnen aan de cursus glas-in-lood en eigenlijk nooit meer gestopt. 

Dankzij een cursus hebben jullie de smaak te pakken gekregen dus, geven jullie zelf ook cursussen?

Rob: Nee, wij geven zelf geen cursussen. We hebben wel een jaarlijkse ontmoeting met scholieren van het Picasso Lyceum in Zoetermeer. Daar verdienen we niets aan. Dat vinden we gewoon leuk. Ze kwamen wel eens hier in de ruimte hiernaast. Dan mogen zelf een klein raampje in elkaar solderen. Nu doen we dat op de school zelf, niet meer hier. Workshops geven doen we niet. 

Wat vinden jullie het leukste aan het vak?

Rob: Het leukste vind ik eigenlijk wel het oude werk weer zo goed mogelijk te herstellen. Daar zijn we nu ook mee bezig. Deze ramen zijn bijna 100 jaar oud. Er mankeert heel wat aan. Je probeert dat zo goed mogelijk onzichtbaar te herstellen. Ook het namaken van het oude werk vind ik heel erg leuk. Wij zitten wat minder in het figuratieve moderne werk. We hebben dit wel gedaan en ook hele mooie dingen gemaakt, maar onze passie ligt bij het wat oudere glas-in-lood. 

Wie zijn jullie opdrachtgevers?

Rob: 50 % van onze opdrachtgevers is aannemer en 50 % zijn particulieren. De particuliere klanten zijn vaak eenmalige klanten. Soms komt het voor dat ze een opdracht in delen doen, waardoor we ze om de paar jaar zien. 

Jullie zijn man en vrouw en werken elke dag samen. Hoe vinden jullie het om met elkaar te werken?

Rob: We vechten elkaar niet de tent uit en het is juist fijn om met elkaar samen te werken. Het is in het begin natuurlijk ontzettend wennen, zeker als je altijd voor een baas hebt gewerkt. Eerst hadden we vaste uren, nu niet meer. Naast elkaar hebben we ook geen collega’s meer en dat mis ik wel eens.  

Hebben jullie wel eens contact met collega-glazeniers?

Rob: Ja, met een klein groepje. Die zie ik wel wekelijks. Dat heeft te maken met de inkoop van glas en het isoleren. Dat is een bepaald rondje wat ik rijd. Voor de rest is daar de OVG wel heel belangrijk voor. Andere glazeniers zie ik eigenlijk weinig. Er zijn glazeniers die ik van naam ken, maar die heb ik nooit gezien.

Maken jullie ook gebruik van elkaars kennis en ervaring? 

Rob: Er zijn een paar heel ervaren glazeniers die hun kennis makkelijk delen. Voor de rest is het allemaal schimmig. Iedereen houd alles voor zich. Aan de andere kant is er weinig geheim. Het is een eeuwenoud vak, in wezen is er niks veranderd. 

Hoe gaan jullie om met werken met gevaarlijke stoffen, zoals lood?

Rob: Voor ons is lood en loodstof het meest risicovol om mee te werken. Het lastige is dat je er zelf niet snel veel van merkt als je teveel lood hebt binnengekregen, als je het merkt is het eigenlijk te laat. Dat je er veel last van kunt krijgen dat weet ik van collega glazenier uit Rotterdam. Die is een half jaar uit de roulatie geweest. Op een gegeven moment deed alles hem zeer en was hij doodmoe. Toen bleek hij loodvergiftiging te hebben opgelopen. Dat is lastig om te vermijden. Je kunt het beste de boel stofvrij te houden en gebruikmaken van een soldeerbout met puntafzuiging. Daar werken wij ook mee, zo wordt de soldeerrook wordt meteen afgezogen. De ruimtes stofzuigen we daarnaast regelmatig met een stofzuiger met hepafilter. Een gewone stofzuiger is niet genoeg. Ook gebruiken we mondkapjes bij het demonteren van werk. Oud werk hoort zich ook niet in deze werkruimte te bevinden, daar hebben we een aparte ruimte voor. We gebruiken dan  een stofkapje of behandelen het nat. Als je dit allemaal consequent toepast, dan worden de risico’s op loodvergiftiging zo veel mogelijk beperkt. Natuurlijk laten we ons loodgehalte wel jaarlijks testen bij de huisarts. Ondanks alle maatregelen die we treffen blijft het loodgehalte in het bloed hoger. Maar je kan het in de gaten houden; stijgt het of valt het mee? Bij iedere glazenier is het loodgehalte licht verhoogd. 

Levert deze verhoging geen gezondheidsrisico’s op?

Anja: Wanneer is het te hoog? Dat weet eigenlijk niemand. De huisarts kan je daar ook niet verder mee helpen. Het zou mooi zijn als daar meer duidelijkheid in komt. Zo ken ik het verhaal dat een werkgever zijn medewerkers in de pauze melk liet drinken. Je kunt je medewerkers dit natuurlijk niet verplichten. Verder weet je ook niet of het echt helpt. Er is hier ooit een glazenier en brandschilder over de vloer geweest. Die heeft 40 jaar gebrandschilderd en zijn gewoonte was te tamponeren en de stof gewoon elke keer weg te blazen. In de stof zit behoorlijk wat lood. Om maar niet te spreken over de zware metalen in de verf. Deze man had nergens last van.

Zijn er nog andere gevaarlijke stoffen waar jullie mee te maken krijgen?

Rob: Brandschilder verven kunnen wat vervelend zijn. We hebben wat glasovens. Daar gaat de temperatuur flink omhoog. Als je aan het brandschilderen bent dan komen er dampen vrij die je moet afzuigen. Kleine glasovens hebben vreemd genoeg nooit afzuiging. De dampen gaan direct de ruimte in. Wij hebben daar wel een afvoer op. De ovens staan ook in een aparte ruimte. De temperatuur is daarbij gevaarlijk. Wat betreft chemicaliën; de reinigingsmiddelen zijn soms wat sterker dan de huismiddelen. Maar ik ben van huis uit laborant, dus daar heb ik niet zoveel problemen mee. 

Jullie werken niet alleen met lood, maar ook met glas dat natuurlijk scherp kan zijn. Veroorzaakt het werken met glas wel eens problemen?

Anja: We hebben altijd wel kleine wondjes, maar dat hoort bij het vak. Ik heb zo’n mooie veiligheidskaart gekregen. Daar staat een soort maliënkolder op voor als je met glas werkt, maar dat werkt in de praktijk niet handig. 

Heeft één van jullie een EHBO cursus? 

Anja: Voordat we ons glas-in-lood bedrijf zijn gestart ben ik ziekenverzorgster geweest, dus we kunnen ons goed redden. 

Ervaren jullie wel eens werkdruk?

Rob: Ja, vooral wat betreft de administratie. Rekeningen schrijven bijvoorbeeld, dat blijft vaak te lang liggen. We hebben een soort werkverdeling. Anja maakt het merendeel van de ramen. Ik doe meer het logistieke, de inkoop, administratie, transport. Soms ben ik blij als ik weer aan een raam kan beginnen. Er gaat hier vaak teveel tijd in zitten. De laatste jaren merk je ook dat je heel veel prijsvragers hebt. En vooral als je het internet opgaat. Het is voor mensen heel makkelijk om even een offerte op te vragen. Wij stoppen daar weer veel tijd in, eigenlijk teveel tijd. Bij de grote projecten (aanbestedingen) is het nog erger. Als je goed je best wilt doen dan ben je soms een week aan het rekenen als je niet uitkijkt. Als voor een bepaalde klus vijf hoofdaannemers worden benaderde n deze hoofdaannemers benaderen ook weer vijf glazeniers, dan kunnen er in theorie 25 glazeniers aan het rekenen zijn voor een opdracht. De kans dat je dan de klus krijgt is best wel klein. Ik ben heel terughoudend aan het worden om voor dit soort opdrachten een offerte samen te stellen. 

Hoe komen jullie met jullie opdrachtgevers in aanraking?

Rob: Onze naam wordt op een bepaalde (bouw)websites genoemd, waar erkende glazeniers op staan. Via bestaande opdrachtgevers krijgen we ook veel opdrachten. We hebben wel een website, maar daar doe ik eigenlijk vrij weinig mee. Dat komt omdat we  voldoende opdrachten hebben op dit moment, vooral via mond-tot-mond reclame. We hebben voldoende opdrachten. 

Hoe groot is jullie werkgebied?

Rob: We hebben een vrij groot werkgebied, we werken eigenlijk in heel Zuid-Holland. Hier in Berkel en Rodenrijs hebben we weinig werk, er zijn hier weinig glas-in-lood ramen. 

Waar doen jullie de inkoop?

Rob: Overal en nergens. Ik heb geen vaste leverancier. Ik heb altijd een ongeveer 60 kleuren raam op voorraad. Die bewaren we veilig in bakken en ze zijn genummerd. Daarnaast heb ik wat van de bekende antieke kleuren ook in voorraad, maar dat is vrij duur om in voorraad te hebben. Het glas komt voornamelijk uit Duitsland en Amerika. 

Werken jullie ook op hoogte?

Rob: Ik plaats de ruiten ook. Het kan vrij hoog zijn. Dus ik heb verschillende steigers waar ik mee werk. 

Hoe zien jullie werkdagen eruit?

Rob: We maken best lange dagen, maar dat doet iedere ZZP’er of ondernemer denk ik. Anja werkt van ’s morgens 9 uur tot een uur of 5 a 6. Ik maak langere dagen,  omdat ik ook bezig ben met berekeningen en offertes maken. Dat gaat vaak tot midden in de nacht door.

Wat voor type moet je zijn om glazenier te worden?

Rob: Je moet een zogenaamde ‘glas-tik’ hebben, zoals wij dat noemen. Glazenier zijn is vooral met je handen werken en creatief zijn. Je moet mensen kunnen voorlichte en materiaalkennis hebben.  Ook moet je gevoel voor kleurcombinaties krijgen en je verdiepen in de stijlperiodes, zodat je ook goed werk kunt afleveren. Wanneer je dat goed kan, is het een fantastisch vak!

Tot slot, heb je tips voor startende glazeniers?

Rob: Geef niet op. In het begin is het best lastig om je plek in de markt te veroveren. Soms heb je het heel druk en dan is het weer heel rustig. En dan ga je je wel heel erg zorgen maken. De opdrachten komen met golven.

 


Plaats een reactie

Plaats hier jouw reactie

Respecteer de regels die gelden op dit online platform. Er mogen op geen enkele wijze seksuele, discriminerende, suggestieve, kwetsende of agressieve reacties geplaatst worden.

(If you're a human, don't change the following field)

Your first name.

(If you're a human, don't change the following field)

Your first name.

(If you're a human, don't change the following field)

Your first name.

CAPTCHA
Vul de code hieronder in.
Image CAPTCHA

Vul de tekens uit de afbeelding hierboven in.